HAAGSE SCHOOL

KUNSTHANDEL R POLAK is sinds 1976 gespecialiseerd in de aan- en verkoop en taxatie van schilderijen en aquarellen uit de 19e en 20e eeuw.

De collectie omvat schilderijen, aquarellen en tekeningen, beginnend met de Romantische School tot en met de modernere stromingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw, maar traditiegetrouw ligt het accent op werken van de schilders van de Haagse School.

De laatste tijd wordt de sfeervolle schilderkunst van de Haagse School meer en meer gewaardeerd. Het kunstminnende publiek heeft deze invloedrijke Hollandse kunststroming, die vooral tussen 1860 en 1900 van zich deed spreken, herontdekt. De officiële kunstwereld droeg aanzienlijk bij aan deze herwaardering. Verschillende Nederlandse musea wijdden tentoonstellingen aan de Haagse School en de leden afzonderlijk (waaronder Hendrik Willem Mesdag, P.J.C. Gabriel, Willem Roelofs, Anton Mauve en de gebroeders Maris). Het Teylers Museum te Haarlem en het Jan Cunen Museum te Oss zijn daar enkele voorbeelden van. Slechts een aantal jaren geleden organiseerde de Kunsthal te Rotterdam een zeer succesvolle tentoonstelling over de Haagse School. Ook werd Jacob Maris met een groots opgezette terugblik op zijn werk in verschillende musea in ons land geëerd. We kunnen dus wel stellen dat de Haagse School inmiddels weer in het middelpunt van de belangstelling staat.

De hernieuwde interesse in de Haagse School is niet zomaar gekomen. Nadat de belangstelling voor het modernisme in de schilderkunst de laatste decennia de overhand heeft gehad, zoekt men nu toch meer het herkenbare in de schilderkunst. In een tijd van toenemende verstedelijking en groeiende industrialisatie, koesterde de Haagse School het ongerepte Hollandse landschap met haar weides, polders, grazende koeien en windmolens. Schilders als Paul Gabriël, Willem Roelofs, J.H. Weissenbruch en de gebroeders Maris trokken er op uit om buiten ('en plein air') direct naar de natuur te schilderen en het steeds wisselende lichtspel in snelle schetsen vast te leggen. De kunstenaars werkten het liefst in polders nabij dorpjes als Nieuwkoop, Noorden en Kortenhoef, waar zij zich gewaar werden van de groene weides, plassen, windmolens en wolkenluchten. Verschillende Haagse Scholers legden aan de Hollandse kust de activiteiten op het strand vast. Het vissersdorpje Scheveningen werd een belangrijke bron van inspiratie voor de kunstenaars H.W. Mesdag, B.J. Blommers, Anton Mauve en Philip Sadée.

De Haagse School introduceerde een nieuwe manier van landschapschilderen. Als één van de eerste Hollandse schilders introduceerde Willem Roelofs een gedurfde schilderstijl, gebaseerd op een directe observatie van de natuur. Hij legde zich vol overgave toe op het en plein air schilderen en gaf zijn werken een openluchtgevoel, waarin hij de frisheid die hij ter plekke had ervaren verwerkte. Volgens Roelofs zou men zich onderdeel van een schilderij moeten voelen, alsof men buiten de frisse lucht inademt. Dit doel probeerde menig Haagse Scholer te bereiken. ‘Wanneer ik een mooie plek zie, een prachtig strand of een mooie rivier of lucht, word ik één met de natuur’, schreef J.H. Weissenbruch ooit. Gebaseerd op het ruimtelijke Hollandse polderlandschap verwezenlijkte Weissenbruch een breed scala aan effecten dat zijn schilderijen een tijdloze kwaliteit geeft. Vormen werden bewust simpel gehouden, kleuren werden ontdaan van overbodige details, waardoor een levendige eenheid ontstaat alsof men met samengeknepen oogleden over de schouder van de kunstenaar meekijkt.

De Haagse Scholers legde zich niet alleen toe op het schilderen van landschappen. Een van de belangrijkste leden, Hendrik Willem Mesdag, specialiseerde zich in marines. Zijn onbevangen manier van het afbeelden van de zee, direct uit de natuur, was een geheel nieuw fenomeen. Vanuit een kamer waar hij over het strand van Scheveningen keek, schilderde hij de zee in al haar facetten, van de serene stilte tot de woeste razernij. Mesdag werd het meest bekend met zijn afbeeldingen van vertrekkende en aankomende vissersboten, de zogenaamde bomschuiten, een onderwerp waar ook B.J. Blommers, Anton Mauve en Jacob Maris zich veelal op toelegden. Mesdag had het meest internationaal succes met zijn marines en werd een van de best verkopende kunstenaars van zijn tijd. Tot op de dag van vandaag blijft zijn rol als pionier hierin onaantastbaar.

Het vissersgenre was een onderwerp dat ook geliefd was bij Jozef Israels, de grondlegger van de Haagse School. Hij beeldde het leven van de vissers af, variërend van strandscènes (vissersvrouwen wachtend op de terugkeer van de vissers) tot sobere interieurstukken met een sterk poëtische lading. Hoewel zijn interpretaties van het harde leven van de vissers soms toch ook enig sentiment bevatte drukt zijn werk over het algemeen een oprecht menselijk gevoel uit.

De Haagse schilder Johannes Bosboom koos voor een heel ander genre; zijn schilderijen met architectuur gingen terug op een zeventiende eeuwse traditie. Hoewel hij zijn carrière begon in de stijl van de Romantische School, koos Bosboom meer en meer voor een lossere en atmosferische stijl van schilderen, waarin hij uiteindelijk zijn beste schilderijen maakte.

Wie van het puur Hollandse landschap en tegelijk van schilderkunst houdt moet een zwak voor de Haagse School hebben. Vele werken van bovengenoemde schilders maken deel uit van de collectie bij KUNSTHANDEL R POLAK. Indien u een afspraak maakt kunt u ze zelf komen bekijken.